


Biologische bestrijding van Drosophila suzukii in Nederland
De Suzuki-fruitvlieg is de afgelopen tien jaar uitgegroeid tot één van de grootste uitdagingen in de Nederlandse zachtfruitteelt. De plaag veroorzaakt schade in onder meer kersen, frambozen, bramen, blauwe bessen, aardbeien en pruimen. Afnemers hanteren een nultolerantie voor larven in het fruit, daardoor kan een aantasting leiden tot afkeuring van een volledige oogst. Tegelijkertijd neemt de beschikbaarheid van effectieve gewasbeschermingsmiddelen af.
Het project heeft als doel een duurzame en toekomstbestendige beheersingsstrategie voor de Suzuki-fruitvlieg te ontwikkelen. Daarbij staat de introductie van natuurlijke vijanden centraal, gecombineerd met andere innovatieve beheersmaatregelen in een geïntegreerde systeemaanpak (ICM). Uiteindelijk moet dit leiden tot een sterke vermindering van de afhankelijkheid van chemische gewasbeschermingsmiddelen en een betere bescherming van de fruitoogst.
Een belangrijk onderdeel van het project is de introductie van de Aziatische sluipwesp Ganaspis cf. brasiliensis ‘G1’. In het oorspronkelijke verspreidingsgebied van de Suzuki-fruitvlieg zorgt deze natuurlijke vijand ervoor dat de plaag veel minder schade veroorzaakt dan in Europa.
Onderzoekers bekijken hoe de sluipwesp succesvol kan worden gekweekt, uitgezet en gevestigd in Nederland. Ook wordt onderzocht welke leefomstandigheden nodig zijn om de populatie langdurig in stand te houden en hoe effectief de sluipwesp is in het terugdringen van de Suzuki-fruitvlieg.
Naast de introductie in het landschap wordt gewerkt aan de ontwikkeling van de sluipwesp als biologisch bestrijdingsproduct. Daarbij wordt onderzoek gedaan naar onder meer de juiste dosering, het optimale uitzetmoment en de meest effectieve manier van toepassing in verschillende teeltsystemen.
De bestrijding van Suzuki-fruitvlieg vraagt om meer dan één maatregel. Daarom worden verschillende technieken samengebracht in een geïntegreerde systeemaanpak. Daarbij wordt gekeken naar de combinatie van:
- natuurlijke vijanden zoals sluipwespen;
- insectengaas en andere fysieke maatregelen;
- baitsprays;
- monitoring en signalering van de plaag;
- aanvullende technieken zoals massavangst en insectenwerende middelen.
Het resultaat moet een teeltspecifieke strategie worden die zich richt op alle levensstadia van de plaag, zowel binnen als buiten het gewas.
Een belangrijk onderdeel van het project is kennisdeling. Nieuwe inzichten worden tijdens de looptijd van het project actief gedeeld met telers, adviseurs en andere betrokken partijen. Zo kunnen innovaties sneller worden toegepast in de praktijk en profiteren ondernemers direct van de opgedane kennis.
Het project draagt daarmee niet alleen bij aan duurzame gewasbescherming, maar ook aan biodiversiteit, minder milieubelasting en een toekomstbestendige fruitteelt.
Uitvoerders:
Wageningen University & Research, in samenwerking met producenten van biologische bestrijders, adviesdiensten en CABI Zwitserland
Hoofdfinanciers:
Provincie Gelderland, Topsector Tuinbouw & Uitgangsmaterialen en Platform FRUITVOORUIT.NL.
Dit project is onderdeel van het Kennis en Innovatie Programma Gelderland (KIP-G).
Looptijd: 2025 tot en met 2028
Contactpersoon: Jaco van Bruchem
Email: jvbruchem@nfofruit.nl